GEN-BENELUX-L Archives

Archiver > GEN-BENELUX > 2000-03 > 0953513878


From: Frans L. Scholten< >
Subject: Re: Wat is een Caterstede
Date: Mon, 20 Mar 2000 00:57:58 GMT


On Sun, 19 Mar 2000 01:52:05 GMT, (Frans L.
Scholten) wrote:

>On Sat, 18 Mar 2000 02:35:50 +0100, Jan Krooshoop
><> wrote:
>
>>Onderstaande opvatting over bewonigsrecht van markegronden heeft een
>>hardnekkig karakter. Niettemin blijkt uit diverse bronnen van
>>markerecht dat inbezitneming van markegrond (al dan niet ten behoeve
>>van bewoning) altijd werd gesanctioneerd, hetzij door een verbod met
>>boeten, danwel door de eis tot schadeloosstelling van de gerechtigden
>>in de marke.
>>Ben derhalve benieuwd naar primaire bron(nen) waaruit de mythe van
>>nachtelijk bouwen, gevolgd door rokende schoorsteen in de ochtend
>>wordt bevestigd als legitime inbezitneming van markegrond.
>>
>>gr.
>>Jan Krooshoop
>>
>
>
>Jan,

Om jouw en mijn standpunt over het ongeoorloofd neerzetten van hutten
op markegrond verder te ondersteunen hierbij een voorbeeld:
Vanavond vond ik toevallig het volgende verhaal uit:
"Veldnamen in de gemeente Denekamp", Uitgave Stichting Heemkunde
Denekamp, ISBN-nr 90-800723-2-X.

Op blz. 63 staat vermeld (door mij iets ingekort):
Bij de verdeling van de gronden van de marke Denekamp rond 1850 werden
de gebieden "de Kolonie" en "De Nijstad", samen zo'n 15 hectare door
de markeverdelingscommissie betemd om te worden bewerkt en gebruikt
(dus als akker of weiland) door de minvermogenden van Denekamp. Maar
wat gebeurde er?
Door de burgemeester van Denekamp werd oogluikend toegestaan dat door
deze minvermogenden op dit gebied hutten werden gebouwd, in totaal 7
stuks. Dit was tegen de zin van het markebestuur, dat dan ook tegen
deze gang van zaken in het geweer kwam.
Men besloot het bestemde gebied aan de meestbiedende te verkopen en de
opbrengst ervan te laten toekomen aan de armenbesturen van RK,
Protestantse en Israelische genootschappen van Denekamp.

Misschien ligt in dit voorval wel de sleutel tot de verschillende
inzichten die de deelnemers aan deze discussie naar voren hebben
gebracht. Het markebestuur wilde zeker niet dat zomaar hutten op
markegrond werden gebouwd. Markebesturen hebben hieraan vele eeuwen
streng de hand gehouden, behalve in uitzonderingsgevallen en dan nog
onder duidelijke voorwaarden, anders zou er na verloop van zoveel
eeuwen geen enkel stukje markegrond overgebleven zijn.

De nieuwe gemeentebesturen keken daar blijkbaar anders tegenaan. De
gemeente Denekamp is immers pas in 1818 ontstaan (Denekamp maakte
daarvoor vanaf 1811 deel uit van de gemeente Ootmarsum) en had
blijkbaar hele andere belangen en inzichten en had inmiddels ook
diverse taken van het markebestuur overgenomen. Het lijkt alsof juist
de relatief nieuwe organisatie - het gemeentebestuur als in het geheel
niet bij de marke betrokken en er vermoedlijk vrij onverschillig
tegenover staand - best zou hebben kunnen zeggen: "als de schoorsteen
van je hut voor het ochtendgloren rookt, knijpen wij een oogje toe".

In Denekamp is dat dus toch niet gelukt, maar mogelijk in andere
plaatsen wel, omdat het de periode was waarin de marken juist werden
opgeheven en er een onduidelijke overgangssituatie was ontstaan.
Als dat inderdaad zo zou zijn, stamt het 'verhaal van de rokende
schoorstenen' misschien als mondelinge overlevering uit de tjid dat
marken juist ophielden te bestaan en niet uit de eeuwen daarvoor
waarin zij volop functioneerden en streng toezicht hielden op ieders
rechten en plichten en ook boetes uitdeelden.

Met de kotters (waarmee deze discussie begon), die zich niet met
dergelijke huttenbouwerij bezighielden maar een gewone - hoewel kleine
- boerderij bouwden had dit niets te maken. Voor zover ik heb kunnen
nagaan werden de landerijen waarop die kotters zich vestigden steeds
officieel gekocht van het markebestuur, als dat in geldnood was, onder
andere ten gevolge van oorlogen. Ook kochten kotters wel een stuk
priveland uit een erf en vestigden zich dan daarop, met toestemming
van de eigenaar.

Groeten,

Frans.

This thread: