GEN-BENELUX-L Archives
Archiver > GEN-BENELUX > 2001-08 > 0998420353
From: "Mathijs Vandenbosch" <>
Subject: Re: betekenis Baljuw
Date: Tue, 21 Aug 2001 20:59:13 +0200
References: <toe5otgg0p15gq8cle1bsvkvt7h3cehvc3@4ax.com>
Uit: Het Woordenboek der Nederlandsche Taal:
BALJUW ook in verschillende andere vormen, die ten deele eene andere
uitspraak voorstellen (zie de aanhalingen) , znw. m., mv. baljuws (met mv.
bailiuwen bij V. MIERIS, Beschr. v. Leyd. 591 b ). Mnl. baliu (en in andere
vormen): zie VERDAM 1, 535; ontleend aan fr. baillif, dat nog in de 17de
eeuw werd gebruikt (HATZF.-DARMEST. 1, 184), of wel aan den daarvan
gemaakten Latijnschen vorm baillivus (zie DUCANGE 1, 542): de v of w was
oorzaak dat de daaraan voorafgaande i overging in u. Later is in het Fransch
baillif vervangen door bailli. De vorm baillif komt overeen met it. balivo
naast bailo (lat. bajulus). Eene afleiding is bala, het ambt, het gebied
van den bailo, en bala is bij ons bewaard in den vorm Balije (zie ald.).
Bajulus beteekent eigenlijk lastdrager, vervolgens oppasser, en werd daarna
in zijne Romaansche vormen de naam voor eene overheid (zie KRTING n. 998).
In Noord-Nederland thans nog als historische term; in Belgi nog heden
bekend in meer dan ne toepassing. Vooreerst zijn baljuw en deken de namen
van hen die in sommige Vlaamsche steden het hoofd zijn van eene buurt; een
baljuw is derhalve dan eene soort van buurtmeester; die instelling bestond
reeds eeuwen geleden (zie DE POTTER, Gent 1, 357 ), en is later opnieuw in
gebruik gekomen. Ten tweede is een kerkbalju eene soort van helper, hetzij
van den koster, hetzij van den priester die preekt, en die, gaande naar den
preekstoel, door den baljuw wordt voorafgegaan; een dergelijke beambte komt
alleen voor in rijke parochien (zie een paar voorbeelden bij LOVELING,
Sophie 269 en 270 ).
) Benaming van den rechterlijken ambtenaar, die in een bepaald rechtsgebied
als vertegenwoordiger van den landsheer optreedt (zie verder de aanhalingen,
en verg. VERDAM t. a. p.). || Het woord Baljuw ... werd by ons genomen voor
die geene die het hoogste regt vordert, ende de straffen der misdaden van
wegen de Hog. Overh. vervolgd, V. LEEUWEN, Cost. v. Rijnl. 13 . Het
Regts-bestier is in twe bysondere vergaderingen verdeelt, daar van dat het
eene bestaat by Schout en Schepenen in gemene saken, het ander by Baljuw en
Mannen, in misdade en Criminele saken, V. LEEUWEN, Rooms-Holl.-Regt, I, 2,
23 . Ten tijde wylen Coenraet van Boschuijsen Baelui was van Amsterlant,
Handv. v. Amst. 12 b (a. 1561). Dat den Bailliuw der Steede en Landen van
Woerden in alle crimineele saaken bevoegt is, teegens Burgers en Poorters
der selve Steede ... te procedeeren, en deselve binnen de gemelde Steede te
regte te stellen, Gr. Placaatb. 6, 723 b (a. 1732). Dat van doen voortaan
geen twee Ampten van gelijke natuure, als namentlijk de Ampten van
Drossaarden, Bailliuwen en Schouten ... aan een en deselve Persoon gegeeven
... sullen moogen werden, 6, 81 a (a. 1736). Soot die Baljou hoort, Soo
raeck ick by me soolen wel goet koop op de Poort, COSTER 37 .
Baljuw van de zeezaken, titel van een voormalig overheidspersoon te
Amsterdam (zie WAGEN., Amst. 3, 285 b ).
Afl. en Samenst. Als rangen in het ambt van baljuw worden b. v. vermeld die
van hoog- en onderbaljuw (Alsoo ... tusschen den Hoogh Bailliu,
Burgemeesters ende Schepenen 's Landts vande Vrye ter eenre, ende oude
Hooft-mannen ende ghemeene Ingesetenen van Ysendijck ter andere zyde, Proces
is geintenteert geweest, Gr. Placaatb. 2, 1173 (a. 1630); Onder-Bailliu
van Gendt doet de Fonctie van den Hoog-Bailiu in desselfs Absentie, Vl.
Placcaertb., Index 376 a ).
Het ambt en het gebied heet baljuwage, fr. bailliage (Philips zal,
terstondt naa 't verkondighen van den pais, treeden in 't bezit van 't
Graafschap Charolois en Baljuwaadje van Hesdin, als zyne erfgoederen,
HOOFT, N. H. 19 ; Dat het voorsz. Ampt (van Baljuw van Wieldrecht) zal
worden gevoegt by de Bailliuage van Zuidholland, Gr. Placaatb. 7, 86 b (a.
1744); De Hooge Baluages van Schieland, Delfland, Rhynland, ... enz. welke
alle aanzienlyk en zeer uytgebreid zyn, CHOMEL, Verv. 352 a ); baljuwschap
(De voornoemde van der Does (sal) aennemen ende gestadelyck houden 't
zynder assistencie ... van den voornoemden Bailliuschap ende Schout ampt
twaelf dienaren van Justicie, bij V. MIERIS, Beschr. v. Leyd. 590 a (a.
1688); De Schoorlsche dijk ... vormde ... de noordelijke zeewering van het
Baljuwschap van Kennemerland en Friesland, G. DE VRIES, Holl. Noorderkw.
27 ); baljuwsambt (Begeeving van het Bailliuwsampt van de Polder van
Wieldregt, Gr. Placaatb. 7, 86 a ).
M.Vdb.
This thread:
| Re: betekenis Baljuw by "Mathijs Vandenbosch" <> |