GEN-BENELUX-L Archives

Archiver > GEN-BENELUX > 2004-09 > 1095413376


From: Hetty Kroes <>
Subject: onderzoek Makkum ca 1814 nr 1
Date: Fri, 17 Sep 2004 11:29:36 +0200


Dag,

Dit muisje had natuurlijk nog een staartje in de vorm van onderzoeken
van het gebeurde in die herberg enz. Ik zal die eveneens in 3
e-mails, misschien wel 4 sturen.

Leeuwarden den 25e October 1814

De Procureur Crimineel in Vriesland
Aan
Den Heer Gouveneur van dezelve Provintie.

No 1344

Hoog Edelgestrenge Heer!

Na den ontvangst van den uwen van den 7e(4e) dezer maand (1e Bus no.
1023) heb ik mij onleedig gehouden met het inwinnen van Informatien
over het gedrag van Freerk IJmes Tichelaar, Schout van de Gemeente
Makkum op den 21e April ll in eene herberg gehouden.
Ik heb gemeend die ingewonnen Informatien igrielijk aan UHEdG: te
moeten toezenden, ten einde UHEdG: in den gelegenheid te stellen om
met meerdere kennis van zaaken op de , aan UHEdG: gepresenteerden,
requeste van een aantal Ingezetenen van Makkum te kunnen disponeeren.
Hierbij meen ik UHEdG: tevens te moeten melden dat den
ondertekenaaren van dat request grootendeels bestaan uit ordentelijke
Makkumer Burgers.
Ik heb den eer UHEdG: van mijne bijzondere Hoogachting en respect te
eniteren

Hoog Edelgestrenge : Heer!
UHEdG: Gezinde Dienaar (getekend) P. Wierdsma



Op heden de twee en twintigste October agtien hondert en veertien
hebben wij Mr. A.E. Attema funggerend officier bij de Regtbank van
eersten aanleg te Sneek geadtesteerd met den Heer J. Albarda
Vrederegter van het Canton Bolsward benevens Mr. Petrus de Kok
griffier bij gemeld Vredegeregt, ons begeven na Makkum ten einde
eenige inligtingen en Informatien te nemen over zekere uitdrukkingen
welke door Freerk IJmes Tichelaar Schout van Makkum op den avond van
den Eenen Twintigste April Agtien hondert en Veertien en de herberg
de Zwaan te Makkum zouden zijn gehouden. Ten dien einde is op onse
requisitie voor ons gecompareert Reinder Doekles IJntema volgens zijn
opgave oud veertig jaren van beroep koopman wonende te Makkum.
Dewelke na hem kennis gegeven te hebben van de zaak waar omtrent
zijne verklaring wierde geeischt __ heeft gedeponeerd.
Dat in de Maand April laatstleden, zonder zich den juisten datum te
kunnen erinneren op zekeren avond getuige zich bevond in de herberg
de Zwaan te Makkum wanneer er mede tegenwoordig waaren Freerk Ijmes
Tichelaar Schout van de Gemeente Makkum, IJemke Jans meesterknegt op
de Pannebakkerij van Hylke Kingma, Simon Cornelis Haringa Kaarsmaker
Jan Snijdelaar Mr. Chirurgijn waarna deze door den Comparant en ons
is getekend.

(Was Get.) J. Albarda vrederegter R. D. IJntema A. E. Attema
fung. Off. P. de Kok Griffier.



Verders is al mede ter onzen requisitie gecompareerd IJemke Jans
Meesterknegt op de Pannebakkerij van de Heer Hijlke Kingma te Makkum
oud volgens zijne opgave Negen en Vijftig jaren.
Dewelke na hem insgelijks kennis te hebben gegeven van de zaak
waarover zijn getuigenis weird geeist heeft gedeponeerd. Dat in dit
Jaar zonder de juiste maand of datum te kunnen opgeven, Getuige zich
heeft bevonden op zekeren avond in de herberg de Zwaan te Makkum -
waardestijds mede tegenwoordig waren Freerk IJmes Tichelaar Schout
van de Gemeente Makkum, Reinder Doekles IJntema Koopman, Sijmon
Cornelis Haringa kaarsemaker, Jan Snijdelaar Mr. Chirurgijn en andere
ingezetenen van Makkum.
Dat Getuige als toen een gesprek hoorende tussen Freerk IJmes
Tichelaar, Sijmon Cornelis Haringa en Reinder Doekles IJntema, zig
wat nader bij hun heeft begeven en 't daar heeft gehoord. Dat de
Schout Freerk IJmes Tichelaar heeft gezegd dat wij gelukkiger zoude
zijn onder de Fransche Regeering dan onder de Engelsche, en dat hij
zijn arm wel bij het schouder wilde laten afkappen of afslaan so
Engeland te onder gebragt wierde gelijk Frankrijk te onder gebragt
is. benevens meer andere ingezetenen van Makkum dog welke Getuige
alle op dit oogenblik zich niet kan erinneren, dat ter Dientijd
gesproken zijnde over het vertrek van Bonaparte zonder dat getuige
zich kan erinneren wie er het eerst aanleiding toe gegeven heeft
---Freerk Ijmes Tichelaar na dat alvorens eenige van dat gezelschap
hun genoegen hadden te kennen gegeven over dat vertrek van Bonaparte
zeide,, "Dat er nooit zulke goede wetten hadden bestaan, als die
welke door Bonaparte waren gemaakt. Dat onze nieuwe constitutie te
belabbert was om te lezen en nuttig was om die te verbranden,--en dat
hij wel zag of wenschte dat Engeland even zoo ten ondergebragt wierde
als Bonaparte ten onder gebragt was".
Dat er vervolgens nog meer discoursen van dien aart zijn
voorgevallen, welke Getuige zich niet kan erinneren / en ook niet
weet dat diergelijke uitdrukkingen meer gebezigd zijn nog door den
Schout nog iemand anders.
Hebbende getuige omstreeks negen uur het gezelschap verlaten.
Meer verklaarde getuige niet te weten, en heeft na voorlezing bij
deze zijne verklaring gepersisteerd met bereidwilligheid om dezen
ten allen tijde met Eede te staven.
Dat getuige zig in het discours niet heeft gemengd of gesproken of
ook niet heeft gehoord dat Reinder Doekles IJntema of Sijmon
Cornelis Haringa zich over dat gezegde hebben uitgelaten, maar dat
Getuige zig dadelijk daarop heeft verwijdert bij een ander gezelschap
in dat zelfde vertrek en van de verdere discoursen dienaangaande niet
meer weet.
Meer verklaarde Getuige niet te weten perlicteerde daarbij na
voorlezing, en heeft deze daarop met ons getekend.

(Was get.) IJmke Jans Westera A. E. Attema fung. Off.
J.Albarda, Vrederegter, P. de Kok Griffier.


This thread: