GEN-BENELUX-L Archives

Archiver > GEN-BENELUX > 2008-03 > 1204654694


From: Frans van Geel <fransvangeel#gooiditweg#@live.nl>
Subject: Re: [GEN-BENELUX] Vachtenbloter
Date: Tue, 04 Mar 2008 19:18:14 +0100
References: <47cd8341$0$24409$5fc3050@news.tiscali.nl>


Op Tue, 4 Mar 2008 18:04:22 +0100 schreef "Geneaal" <ghes-@-geneaal.nl
(verwijder de streepjes)>:

>Wie weet, wat een vachtenbloter precies deed? Ik kan me voorstellen, dat het
>iets met huiden en leer te maken had. Het beroep schijnt vooral voor te
>komen in Leiden, centrum van de textielnijverheid. We hebben het over de 17e
>en 18e eeuw.
>
>Groet,
>
>Gijs Hesselink
>


Uit het WNT:
PLOTEN
Woordsoort: ww.(trans.,intr.,zw.)
Modern lemma: ploten
— BLOOTEN, BLEUTEN —, bedr. en onz. zw. ww. Eng. (dial.) plote ”to
pluck the feathers of a bird”. Waarschijnlijk van Ploot (II). De
eigenlijke beteekenis zou dan zijn: afpluizen, en het laat zich dan
zonder moeite verklaren dat niet alleen woorden als huid, vel, vacht,
maar ook wol voorwerp kan zijn (zie ook de samenst. afl.). Ploten
staat dan naast Plotten (II), als Ploken naast Plokken, Pleken naast
Plekken. Het is niet noodig bij de vormen met b aan een min of meer
opzettelijke verandering te denken die ten doel had de woorden in
overeenstemming te brengen met bloot ”naakt”. Evenmin zal, zooals wel
gemeend is (Tijdschr. 38, 282), bij ploten de beginmedeklinker
verscherpt zijn; beide vormen zijn waarschijnlijk even oud. Men vindt
afwisseling tusschen b en p vaker zonder, of nagenoeg zonder verschil
in beteekenis; zie blekken naast plekken, blut naast plut (zie Loquela
(Wdb.) 396 b [1907]). Wel zal men later verband gevoeld hebben
tusschen bloot znw., blooten aan den eenen, en bloot bnw. aan den
anderen kant. Het verschil in spelling der stamvocaal bij blooten en
ploten is daarvan waarschijnlijk wel een bewijs. Heeft echter blooten
ook een korte stamvocaal, dan geven de ”umlauts” -vormen (bleut,
bleuten, pleut(e))) moeilijkheid, immers aan een i in de tweede
lettergreep valt bezwaarlijk te denken. Misschien kwam de ”umlauts”
-vocaal aanvankelijk alleen voor bij het frequentativum (zie PLOTER;
een andere mogelijkheid is dat men te doen heeft met een geval van
zoogenaamde spontane klankwijziging, zooals b.v. in veugel naast vogel
(zie FRANCK, Mnl. Gramm. 43). Verg. voor soortgelijke
klankverhoudingen ook peut, peuter, peuteren, naast poot, poteren.
Ploten is misschien met het handwerk waarvoor het de naam is uit
Z.-Nederl. naar hier gekomen. Het woord waarvan het is afgeleid is
althans uitsluitend daar bekend.
–A) Bedr.
1. (Schapehuiden) van de wol ontdoen, door ze, na reiniging, met
zwavelnatruim (of een andere stof) aan de vleeschzijde in te smeren,
waardoor de wol na eenigen tijd loslaat. Men kan haar daarna zonder
moeite van de huid aftrekken, afschuiven. Voordat de scheikundige
behandeling bekend was, moest men wachten tot de wol door rotting van
de huid losliet.
....
Samenst. afl. — Vacht(en)ploter.
....
Hierbij de volgende samenst.: Meester-vachtenploter (POSTHUMUS,
Leidsche Textielnijverh. 5, 731 (a°. 1690); POSTHUMUS, Leidsche
Textielnijverh. 6, 659 (a°. 1763))
vachtenplotersbaas (POSTHUMUS, Leidsche Textielnijverh. 6, 647 (a°.
1737))
vachtenplotersgilde (POSTHUMUS, Leidsche Textielnijverh. 6, 643 (a°.
1732))
vachtenplotersknecht (POSTHUMUS, Leidsche Textielnijverh. 5, 731 (a°.
1690))
vachtenploterswinkel (POSTHUMUS, Leidsche Textielnijverh. 5, 731 (a°.
1690)).
Bij Vachtenplotersknecht de samenst. Vachtenplotersknechtsbeurs
(POSTHUMUS, Leidsche Textielnijverh. 6, 653 (a°. 1738)).

M.vr.gr.
Frans van Geel


This thread: